
Een beamer werkt als een soort omgekeerde camera. In plaats van licht opvangen stuurt een beamer licht naar buiten. Hoewel de techniek van verschillende soorten beamers verschilt, leunt het altijd op 3 belangrijke onderdelen: de lichtbron (een ledlamp of laser), een beeldchip die bepaalt welk licht wordt doorgelaten en de lens die het beeld projecteert. De beamer zet het signaal van het digitale beeld van een laptop, televisie of spelcomputer om in licht dat door de beeldchip gaat. De chip bestaat uit miljoenen kleine spiegeltjes of filters die per pixel bepalen welke kleur en helderheid worden doorgelaten. Het resultaat is een vergrote projectie op je scherm of muur. Voor het beste resultaat gebruik je een projectiescherm in een verduisterde ruimte.
















